Wie verwijzen
Huisartsen, bedrijfsartsen, (bedrijfs)maatschappelijk werkers, GGZ-instellingen, vrijgevestigde psychologen of psychologen werkzaam in algemene ziekenhuizen verwijzen naar de Centra voor Psychisch Herstel. Zij verwijzen als het dagelijks functioneren van de cliënt door psychosociale problemen ontwricht is geraakt en de door hen verleende zorg niet meer toereikend is.
Veranderingen en uitputting
Veranderingen (problemen) op het werk, in het gezin, in de woonomgeving of een lichamelijke aandoening kunnen het breekpunt zijn waardoor het evenwicht verstoord wordt. Gezin, werk, relaties: alles wordt meegezogen in een negatieve spiraal waardoor de (thuis)situatie uitermate belastend wordt. Lichamelijk en/of geestelijke uitputting en overbelasting zijn de eerst zichtbare symptomen waarmee cliënten opgenomen worden. De draagkracht is niet meer toereikend voor de toegenomen draaglast.
Onze zorg
De belangrijkste interventietechniek in het zorgprogramma is het aanbieden van een time-out (afstand van de thuissituatie, herstellen van de draagkracht), aangevuld met een indicatief behandelprogramma.
Niet alleen het behandelprogramma maar ook gunstige 'milieufactoren' zijn herstelbevorderend. Het zorgconcept van de Centra voor Psychisch Herstel is gebaseerd op: 24-uursopname in een prachtige locatie, afstand van de thuissituatie, cliëntgerichte, kort en krachtige behandeling, de toegevoegde waarde van de leefgroep. Dit unieke pakket draagt bij tot een spoedig herstel van evenwicht en een snelle terugkeer naar de thuissituatie. In de weekenden zijn de Centra gesloten en gaan de cliënten naar huis.
Werken aan bestaansverbetering
De opnameduur in het centrum is maximaal 10 weken. De behandeling is psychologisch (voornamelijk gedragstherapeutisch) gericht. Een psychiater is op consultatiebasis aanwezig. Ernstige psychiatrische problematiek, persoonlijkheidsstoornissen of een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis zijn contra-indicaties.
Door het stapsgewijs werken aan haalbare, praktisch gerichte doelen worden gedragsveranderingen en bestaansverbetering bewerkstelligd. Het programma-aanbod én het leefklimaat zijn daarbij ondersteunend. De cliënt (her)ontdekt zijn eigenheid, vergroot de eigen competentie en het zelfvertrouwen, leert weer (opnieuw) genieten, de tijd evenwichtig te besteden en kan hierdoor weer functioneren in de thuissituatie.
