print

Hein en Katja, De redding van ons gezin

'De redding van ons gezin'

Hein en Katja, beiden 35, zijn nu zo'n 13 jaar samen. Een stabiele relatie tussen twee rustige, intelligente mensen. Hij is decaan en zij zelfstandig orthopedagoog. Tot het misgaat. Hoge werkdruk, een leven vol verplichtingen en een kindje met een handicap… Ze raken in een diepe burn-out. Allebei.

Hein vertelt: "Begin 2007 begon de vermoeidheid. We waren op wintersportvakantie en terwijl ik een fanatiek skiër ben, wilde ik nu alleen maar slapen. Het werd snel erger. Binnen een paar weken voelde ik me zo dodelijk vermoeid, dat ik er misselijk van werd. Mijn lichaam ging steeds meer in protest. Ik was futloos en duizelig, had hartkloppingen, zere ledematen en last van oorsuizen. Ik ging naar de huisarts en daarmee begon het medisch circus; de neuroloog dacht zelfs aan een hersentumor."

Katja was zwanger. "In de 22e week bleek tijdens een echo dat ons kindje klompvoetjes had," vertelt ze. "Zonder verdere informatie werden we naar huis gestuurd. Maar mét de mededeling dat het ook een open ruggetje, een hersenafwijking of een spierziekte zou kunnen hebben. Dat moesten we maar afwachten. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik ben direct alle informatie gaan verzamelen die ik maar te pakken kon krijgen. Intussen verborg ik mijn zorgen en verdriet voor Hein. Het ging steeds slechter met hem."

De Arbo-arts adviseerde Hein op zijn werk wat taken af te stoten. "Maar in een spilfunctie waar iedereen continu een beroep op je doet, lukt dat natuurlijk niet. Ik werd steeds vlakker: voelde niets meer bij wat ik deed. Ik voerde slechtnieuwsgesprekken met wanhopige ouders en huilende pubers, maar het voelde alsof ik zelf in één groot slechtnieuwsgesprek zat."

Zekerheid
Katja: "Intussen speelde ik orthopeed voor ons ongeboren kind en psycholoog voor Hein.
Wij zijn mensen die zekerheid willen. We analyseren een probleem en zoeken een oplossing. We maakten een afspraak met de orthopeed: een consult voor een foetus, dat hadden ze nog nooit meegemaakt! We hadden besloten welke behandeling ons kindje zou krijgen.
Victor werd geboren en moest binnen 24 uur met zijn beentjes in het gips, dat was de afspraak. Al snel bleek dat het ziekenhuis niet van plan was deze specifieke behandeling te geven. Daar begon het gevecht, op zoek naar een arts die ons wilde helpen. We kwamen in contact met een jonge orthopeed, die zei:  'Op deze manier zal jullie zoon nooit kunnen voetballen en later zelfs geen staand beroep kunnen uitoefenen'. Ik viel in een zwart gat, het werd me teveel: we zaten twee, drie keer per week in het ziekenhuis, ik maakte me grote zorgen om Hein, en om ons kindje dat bovendien geen nacht doorsliep."

Nadat Victor eindelijk geopereerd was, wilden ze er even tussenuit. In Frankrijk ging het helemaal mis met Hein. "Ik was zo moe, zo ziek,  wilde alleen maar slapen, slapen, slapen… en eigenlijk nooit meer wakker worden." Weer thuis werd een ernstige burn-out geconstateerd. Katja: "De psychiater somde de kenmerken op en ik dacht 'dat geldt één op één voor mij', maar drukte die gedachte snel weg."

Katja besefte dat Hein thuis niet beter zou worden en meldde hem preventief aan bij het CPH.  Dát nooit, was zijn eerste reactie. Maar toen hij een ex-cliënt sprak en veel herkende in zijn verhaal, besloot hij de stap te zetten. "Ik voelde me een loser, een verrader die mijn gezin verliet. Twee weken, dacht ik en dan ben ik weer thuis. Het werden er dertien. Ik vond het rot voor Katja, maar dacht al snel: hier zit ik goed!"

Hele dag in pyjama
Naast haar werk, huishouden en de verzorging van Victor vermeed Katja alles wat energie kostte: geen sociale contacten meer, en in het weekend de hele dag in pyjama. Door haar overprikkelde zenuwen en het huilen van Victor, sliep ze geen nacht meer. "Toen óók ik aan de dood ging denken, heb ik zelf het CPH gebeld: 'Hier meldt zich het meest trieste gezin van Nederland', zei ik. Er werd een spoedopname geregeld."

Ze zijn weer thuis, met z'n drieën. Langzamerhand pakken ze de draad weer op. "Naast de time-out die we zo hard nodig hadden, leerden we in het CPH grenzen stellen en onze energie beter verdelen. Relativeren ook; minder serieus te zijn, dingen loslaten en met humor te bezien. We maken weer plannen en kijken uit naar de toekomst."
Hein: "Ik vraag me wel eens af: als het CPH er niet was, was  ík er dan nog wel? Het is de redding van ons gezin geweest."

Bovenliggende pagina